Hoe werkt de Bowen Therapie?

Dat is een lastige vraag om exact te beantwoorden. Er zijn een aantal theorieën over. Wat zeker is - en met een aantal effectstudies aangetoond – is dat de techniek werkt. Het overgrote deel van het enorme aantal behandelde mensen  kan dat, net zoals de behandelaars, beamen.

De basis is het creëren van ontspanning en het lichaam van daar uit laten herinneren wat de natuurlijke balans is (homeostase).

Het lichaam zal altijd proberen deze natuurlijke balans te vinden en zo te herstellen. (Weefsel)spanningen of een blokkade kan deze natuurlijke balans tegenhouden. Door de ontspanning vermindert de blokkade en kan een natuurlijk herstel plaatsvinden.

Hoewel het moeilijk is te onderzoeken hoe de Bowen Therapie precies werkt, zijn er wel diverse onderzoeken die aantonen dát deze werkt.

Tom Bowen Tom Bowen
Voor Tom Bowen zelf was het nooit interessant waarom zijn techniek zou werken. Het belangrijkste was dát het werkte en dat er geen beschadigende bijwerkingen waren.

Fascie
Het belangrijkste gebied waarop gewerkt wordt is de fascie. De fascie is het weefsel dat alle andere weefsels omgeeft: organen, botten, bloedvaten, spieren (ook de spierbundels en de spiervezels), zenuwen, lymfeknopen. Alle ruimtes in ons lichaam tussen weefsels of weefsellagen worden opgevuld door ons lichaam met fascieweefsel.

Zelfs de huid bestaat uit fascieweefsel.

De fascie is daarmee het grootste orgaan van ons lichaam en speelt een cruciale rol in het functioneren ervan.

Zenuwstelsel
Een ander belangrijk systeem waar de Bowen Therapie invloed op uitoefent is het brein en het zenuwstelsel, waarbij het lijkt alsof door de Bowenbehandeling signalen beter worden doorgegeven.

Tijdens de rolbeweging wordt er lichte druk opgebouwd, sensorische zenuwen in de huid en de onderliggende laag pikken dit als een signaal op. Het volgende deel van de beweging heeft effect op andere zenuwen: de druk- en rekreceptoren (mechanoreceptoren), deze zijn belangrijk voor de informatievoorziening over de toestand van weefsels in het lichaam. Proprioceptie, waarbij veel mechanoreceptoren betrokken zijn, is een belangrijk onderdeel van het werkingsmechanisme van het zenuwstelsel. Tevens is proprioceptie een goed voorbeeld van de samenwerking tussen fascieweefsel en zenuwstelsel.
Tegelijkertijd zijn er effecten in het vegetatieve zenuwstelsel.