Beroepsprofiel Bowen Therapeut

Beroepsprofiel Bowentherapeut (BT)

Inhoud:
Voorwoord

I. Het beroep Bowentherapeut
1.1. Inleiding
1.2. Bowentherapie als beroep
1.3. Arbeidsterrein
1.4. Bescherming en tuchtrecht

2. OPLEIDING, KENNIS EN VAARDIGHEDEN
2.1 Inleiding
2.2 Kennis
2.3 Filosofie en Psychologie
2.4 Functie eisen
2.5 Bij en nascholing
2.6 Omschrijving taakgebieden

Bijlage 1: Bowen filosofie
Bijlage 2: Werking Bowen

Voorwoord
Het beroepsprofiel geeft duidelijkheid over de opdracht en de verantwoordelijkheden die de BT vrijwillig op zich heeft genomen. Het profiel is daarmee een middel voor de legitimatie en profilering van het beroep.
Het profiel onderscheidt de professie van BT van andere beroepen in de gezondheidszorg en geeft tegelijk de wijze aan waarop de BT zich met andere beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg verbonden voelt. Daarnaast stimuleert het beroepsprofiel de verdere beroepsontwikkeling en bevordert het de verbondenheid tussen de Bowen therapeuten.

In verband met de leesbaarheid van de tekst van dit beroepsprofiel wordt steeds de mannelijke vorm gebruikt. In alle gevallen wordt hij ook als zij gezien.

1. Het beroep Bowentherapeut

1.1 Inleiding

Bowentherapie is een lichaamsgerichte manuele behandelwijze gebaseerd op de aanpak van Tom Bowen. De werking van de therapie wordt ondersteund door wetenschappelijke kennis en inzichten.

Kenmerkend, en tevens de drie pijlers, voor de Bowentherapie zijn:

* De holistische benadering van de mens, het menselijk lichaam is een eenheid. Derhalve wordt de persoon als geheel behandeld en niet slechts de klachten of symptomen.
* De Bowentherapie is een natuurlijke behandelmethode en werkt op het bindweefsel (de fascie) van het lichaam. De Bowen rolbeweging brengt via de bindweefselstructuren een keten van reacties op gang welke effect hebben op alle systemen van het lichaam.
* Uitgangspunt is het herstel van homeostase welke het mogelijk maakt dat het menselijk lichaam vanuit de zelfregulerende krachten verder kan herstellen.
Een meer gedetailleerde beschrijving van deze principes is opgenomen in de bijlagen aan het eind van dit document.

Bowentherapie neemt binnen de manuele therapieën een aparte plaats in, omdat:

* De therapie het gehele lichaam behandeld. En niet enkel het bewegingsapparaat. Door deze holistische benadering, via de fascia, wordt het lichaam in al zijn elementen beïnvloed (fysiek: het bewegingsapparaat / het zenuwstelsel / de ademhaling / de circulatie / de spijsvertering / het lymfestelsel / het immuunsysteem /het hormoonstelsel / de stofwisseling als ook het emotionele & mentale welzijn).
* De Bowentherapeut in zijn tweejarige beroepsopleiding een specifieke en verfijnde tastzin ontwikkelt, waardoor hij in staat is met subtiele rollende bewegingen (de specifieke Bowen-move) het lichaam te voelen, te interpreteren en te behandelen.
* Het doel van de therapie is de natuurlijke balans (homeostase) en de natuurlijke regeneratie- of de herstelmogelijkheden van het lichaam stimuleren waardoor er een optimale functionaliteit van alle weefsels ontstaat (door beïnvloeding van de fascia), voor zover deze bijdragen aan het herstel. Het lichaam zelf is hierbij de regisseur en zal dit te allen tijde ten gunste van de eigen gezondheid doen.

De Bowentherapie kent hierdoor, mits op de juiste wijze toegepast, zo goed als geen contra-indicaties. De therapie neemt hierdoor een unieke plek in het werkveld in.

1.2 Bowentherapie als beroep

Een BT heeft zich door middel van de tweejarige studie bekwaamd in de Bowen therapeutische toepassing mede gebaseerd op de kennis van de hedendaagse (fasciale) wetenschap. Door een proeve van bekwaamheid heeft hij aangetoond over de hiervoor bedoelde kennis te beschikken en de verworven kennis zowel curatief als preventief dienstbaar te maken aan de genezing van zijn medemens.
Dit beroepsprofiel betreft een therapeut die zich professioneel richt op de Bowentherapie.
Hij velt zelfstandig een oordeel en behandelt op basis van algemene en systematische kennis, theoretisch gefundeerde methoden en technieken, verworven via een opleiding, in het belang van zijn cliënten.
De zelfstandigheid van het beroep BT komt naar voren in het:
* handelen (deskundigheid, diagnostiek, veiligheid, zorgvuldigheid),
* attitude (respect, informatieoverdracht, vertrouwensrelatie en verantwoordelijkheid) en
* organisatie (doelmatigheid, bescherming, praktijkvoering, klacht- en tuchtrecht) van de BT.

1.3 Arbeidsterrein

De BT is werkzaam in de eerstelijnsgezondheidszorg. Het beroep BT is paramedisch gerelateerd en gebaseerd op het verlenen van natuurgeneeskundige zorg. In het algemeen is de BT een zelfstandig beroepsbeoefenaar die een eigen praktijk heeft, al dan niet in een samenwerkingsverband met andere behandelaars.
Voor het bezoek aan een BT is geen verwijzing nodig van een huisarts of specialist. De BT werkt indien nodig samen met artsen, specialisten en/of andere disciplines in de gezondheidszorg, voor zover de patiënt hiervoor toestemming geeft.
De BT claimt niet volledig te zijn op alle terreinen van gezondheid en ziekte.
De BT is echter wel werkzaam op het totale terrein van gezondheid en ziekte. Dat wil zeggen dat de BT zich niet beperkt tot een bepaald deelterrein van de gezondheidszorg, met dien verstande dat de BT niet bevoegd is tot het uitvoeren van aan artsen voorbehouden handelingen.
Daarnaast is de BT wel volledig zelfstandig in zijn beroepsuitoefening. De BT is in staat zijn beroep zowel in diagnostische als in therapeutische zin uit te oefenen en te evalueren. De BT kent hiertoe niet alleen de mogelijkheden van zijn beroep, maar ook de grenzen ervan.
De BT behandelt en adviseert iedereen ongeacht leeftijd, levensfase, sociale- en economische status, opleiding, cultuur, ras, sekse en levensovertuiging.

Om de kwaliteit en de verantwoordelijkheid van het beroep Bowentherapie te blijven waarborgen is de BT verplicht zijn kennis en vaardigheden op peil te houden.

1.4 Bescherming en tuchtrecht

Zorgaanbieders moeten goede zorg verlenen. Voor de BT geldt de verplichting zorg te bieden die niet leidt tot schade of een aanmerkelijke kans op schade voor de gezondheid van de cliënt.
Een BT dient zich te houden aan de wetgeving die van toepassing is op het werkterrein van de therapeut. Deze wetten zijn:

De wet BIG (Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg)

De wet BIG en de daarmee verbonden algemene maatregelen van bestuur laten de alternatief werkende zorgverleners helemaal vrij. De titel BT is niet beschermd. Patiënten mogen zelf kiezen of ze een reguliere of alternatieve behandeling willen. Alleen de
artikel-3 beroepen (arts, tandarts, apotheker, gezondheidszorgpsycholoog, psychotherapeut, fysiotherapeut, verloskundige, verpleegkundige) mogen beslissen of een medische handeling met een groot risico voor de patiënt nodig is. Deze handelingen worden voorbehouden handelingen genoemd.
Het risico van het werkterrein van de BT valt onder de bepaling: “het veroorzaken van (een aanmerkelijke) kans op schade aan de gezondheid”. Dus ook het nalaten om op te treden, bijvoorbeeld niet doorverwijzen indien dat wel geïndiceerd is, valt hieronder.

Wet WGBO (Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst)

De BT licht de cliënt duidelijk in over wat het therapeutisch onderzoek en de behandeling behelst, plus de redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen. Bij kinderen onder de twaalf jaar dient dit te gebeuren conform hun bevattingsvermogen.
De BT dient de cliënt te informeren over eventuele risico’s van de behandeling.
De BT dient de cliënt te informeren over eventuele andere in aanmerking komende behandelingsmethoden.
Wil de cliënt niet geïnformeerd worden dan kan de BT dit achterwege laten behalve als het belang van de cliënt hierdoor ernstig schade zou lijden.
De BT dient toestemming te hebben van de cliënt in geval er informatie over de cliënt aan derden wordt verschaft.
In geval van waarneming is de BT wel gerechtigd informatie van de cliënt aan de waarnemer te verstrekken.
De cliënt dient toestemming te geven voor verrichtingen voortvloeiend uit de behandelingsovereenkomst.
Bij kinderen onder de twaalf jaar dienen de ouders of voogd toestemming te geven voor de behandeling. Bij kinderen van 12 tot 16 jaar dienen de ouders in te stemmen met de behandeling. Weigeren zij dit, maar blijft het kind in de behandelwens volharden en is het voor diens welzijn nodig, dan kan er alsnog behandeld worden. Cliënten van 16 jaar en ouder zijn bekwaam een behandelingsovereenkomst met de NT aan te gaan.

AVG (Algemene verordening Gegevensbescherming)

De BT meldt de cliënt wat hij/zij met de verzamelde gegevens doet. De BT mag alleen die gegevens verzamelen en verwerken die noodzakelijk zijn voor de behandeling. De cliënt heeft het recht de geregistreerde gegevens betrekking hebbende op zijn/haar persoon in te zien en indien nodig te corrigeren.
De BT neemt de nodige maatregelen in het kader van de wet AVG teneinde de persoonsgegevens van de cliënt optimaal te beschermen en data lekken te voorkomen.

WKKGZ (Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg)

De BT is in het kader van de wet WKKGZ. aangesloten bij een erkende geschilleninstantie die is ingesteld door representatief te achten organisatie(s) van zorgaanbieders en cliënten. De BT brengt de geschillenregeling onder de aandacht van cliënten. De geschilleninstantie moet voldoen aan diverse eisen (neergelegd in Uitvoeringsregeling Wkkgz).

VIM
De BT heeft een systeem voor het veilig kunnen melden van incidenten en biedt bescherming aan de melders en betrokken zorgverleners (m.b.t. intern gemelde incidenten).
De BT is verplicht om de cliënt te informeren over incidenten en daarvan aantekening te maken in het cliëntendossier. Op verzoek van de cliënt informeert de BT de cliënt over de rechten die uit deze wet voor hem voortvloeien.

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
De BT is in het bezit van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Daarin moeten in ieder geval de volgende 5 stappen staan:
• Stap 1: In kaart brengen van signalen.
• Stap 2: Overleggen met een collega. En eventueel raadplegen van Veilig thuis (het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling). Of een deskundige op het gebied van letselduiding.
• Stap 3: Gesprek met de betrokkene(n).
• Stap 4: Wegen van het huiselijk geweld of de kindermishandeling. En bij twijfel altijd Veilig thuisraadplegen.
• Stap 5: Beslissen over zelf hulp organiseren of melden.

2. Opleiding, kennis en vaardigheden

2.1 Inleiding

De BT verkrijgt zijn informatie uit een anamnese van de patiënt en door eigen aanvullend onderzoek. Hij moet in staat zijn de symptomen te herkennen en te herleiden tot de causale gebeurtenis. Op basis van zijn waarnemingen komt de BT zelfstandig tot een therapieplan. Hij moet daartoe kunnen onderscheiden welke aandoeningen hij wel zelfstandig kan behandelen en wanneer hij moet verwijzen naar een arts (uitsluitingsdiagnostiek). Daarnaast moet de BT in staat zijn de klachten en de symptomen zodanig te verduidelijken dat de patiënt zelfstandig zijn eigen verantwoordelijkheid gaat nemen voor zijn eigen gezondheid.

De BT heeft daartoe een tweejarige deeltijd beroepsopleiding gevolgd op hbo-niveau. Hierbij zijn de volgende onderwerpen bestudeerd:
* Anamnese
* Anatomie & palpatie
* Bowen therapeutisch handelen:
* Testen, observeren en analyseren
* Bowen diagnostiek en principes
* Gele en rode vlaggen (uitsluitingsdiagnostiek)
* Uitvoering van de specifieke Bowen moves
* Voeding
* Communicatie
* Behandelen en begeleiden, elementaire hersteltraining
* Kennis omliggende werkveld (sociale kaart)
* Samenwerking reguliere- niet reguliere werkveld
* Voorlichting en educatief werken
* Verslaglegging
* Kennisontwikkeling en kennisdelen
* Organisatie: marketing & bedrijfsvoering
* Persoonlijke ontwikkeling
* Professioneel handelen

2.2 Kennis

Medische kennis: De BT is in het bezit van het diploma medische basiskennis (MBK) op HBO-niveau volgens de Plato eindtermen (bij voorkeur minimaal 40 ECTS), CPION- of SNRO geaccrediteerd.

De BT kent de belangrijkste farmacologische begrippen en medicamenten en heeft kennis van hun werkingsgebied. Deze kennis dient uitsluitend om bepaalde symptomen van de patiënt eventueel in verband te kunnen brengen met bepaalde farmacologische medicamenten. De kennis dient beslist niet om deze medicamenten in welke vorm dan ook voor te schrijven.
Functieinhoud: De BT is door zijn opleiding in staat om theoretische kennis te vertalen in praktische handelingen en adviezen. De behandeling is daarbij holistisch: fysieke, mentale, emotionele en sociale aspecten worden geïntegreerd teneinde een optimale bewustwording bij de cliënt te bewerkstelligen.

De BT beschikt daartoe enerzijds over gefundeerde kennis en vaardigheden op het gebied van anatomie, fysiologie en pathologie, en anderzijds in het werken met de specifieke Bowen-move en het kunnen uitvoeren van een algemene lichamelijke inspectie teneinde het lichaam aan te sporen zichzelf optimaal te balanceren en daarmee te herstellen (via het zelf herstellend systeem van de cliënt). Daarbij maakt de BT tevens gebruik van empirische-, intuïtieve- en natuurwetenschappelijke kennis.

2.3 Filosofie en Psychologie

De BT is geschoold in de filosofie (visie) van de Bowen therapie. Hiertoe zijn een aantal uitgangspunten geformuleerd die de basis van de therapie vormen. De BT kan deze uitgangspunten vertalen en verantwoord toepassen in de therapie.
De BT is zich bewust van zijn eigen psychologisch functioneren en weet zijn persoonlijke vorming en beperkingen op het Bowentherapeutisch handelen in te passen. De BT bezit vaardigheden op het gebied van gespreksvoering binnen het behandelingsproces. Hij heeft kennis van de begrippen overdracht en tegenoverdracht.

2.4 Functie eisen

De BT voldoet aantoonbaar aan de eindtermen van de opleiding tot Bowen therapeut zoals gegeven door BowNed.
De BT werkt volgens de filosofie van de Bowen therapie. Deze gaat uit van de holistische benadering waarbij het lichaam als één geheel wordt gezien en een zelf herstellend vermogen bevat, welke via de fascie geactiveerd kan worden. Herstel zal plaatsvinden daar waar het lichaam blokkades registreert. Vanuit respect naar de cliënt wordt gestreefd naar bewustwording en inzicht bij de cliënt over het ontstaansmechanisme van een blokkade en de mogelijkheden van activering van het zelf herstellend systeem van de cliënt.
De cliënt is te allen tijde zelf verantwoordelijk voor iedere stap in zijn eigen proces. Door middel van beïnvloeding van de fascie, door de specifieke Bowen move, in combinatie met bewustwording, kan een BT een cliënt helpen bij het hervinden van zijn eigen balans en evenwicht.

2.5 Bij- en nascholingsplicht

De BT is gehouden zijn kennis actueel te houden door zich aantoonbaar bij- en na te scholen door middel van geaccrediteerde bij- en nascholing. Deze is gericht op:
Het op de hoogte blijven van nieuwe ontwikkelingen in de Bowentherapie en haar deelgebieden; Het op de hoogte blijven van de nieuwste wetenschappelijke ontwikkelingen; Het geven van feedback naar aanleiding van praktijkervaringen;
Het uitdiepen van meer specialistische onderwerpen.
Tevens dient de BT zorg te dragen voor zelftoetsing en intercollegiale toetsing (intervisie).

2.6. Omschrijving taakgebieden

Onder de taken van de BT valt alles om het beroep Bowen therapeut zoals eerder omschreven te realiseren.

Tot de taakgebieden van de BT behoren:
A. Entree taken: Het is de taak van de BT om zichtbaar en toegankelijk te zijn. De doelgroep daardoor de gelegenheid gegeven om zorg te vragen, informatie en inzicht te geven over behandelingsmogelijkheden gerelateerd aan de hupvraag. Indien nodig door te verwijzen en opent te staan voor en bereid zijn tot overleg met hulpverleners uit andere disciplines.
B. Anamnese: Het bieden van een brede kijk op de klacht van de cliënt door de hulpvraag te verduidelijken, de relatie therapeut-cliënt in de gaten te houden, een volledige anamnese af te nemen (met daarin o.a. de huidige klachten en problemen, ziekte geschiedenis en gevolgde therapieën, observatie van lichaamshouding en non-verbale signalen, fysieke-, mentale-, emotionele symptomen, voorgeschiedenis cliënt, rode- & gele vlaggen).
C. Therapie: Het bieden van een passende therapie die geheel manueel is gericht volgens de filosofie van de Bowen (holistisch: hele lichaam wordt in de behandeling betrokken; werking via zelfregulerend vermogen). De behandeling wordt afgestemd op de anamnese en de conditie van de cliënt, er wordt een behandeldoel bepaald en een behandelplan opgesteld, rekening houdend met een optimale aansluiting bij de cliënt.
Duidelijke en open uitleg naar de cliënt m.b.t. de werking (filosofie) en mogelijke reacties op de behandeling en de eigen verantwoordelijkheid hierin. De BT dient aan de hand van reacties op de behandeling deze en/of het behandelplan bij te kunnen stellen. Daarnaast heeft de BT inzicht in de medicatie van de behandelend arts in verband met mogelijke interactie met de behandeling. Gedurende de behandelingen ziet de BT erop toe dat het herstelproces zich in de gewenste richting ontwikkeld
D. Samenwerking: De BT dient in het uitoefenen van zijn beroep in goede verstandhouding samen te werken met huisartsen, specialisten en overige therapeuten en hulpverleners. Daarnaast dient hij contacten te onderhouden met het relevante veld van de zorgverlening, bij te dragen aan de kwaliteit van de gezondheidszorg door zich op welke wijze dan ook actief in te zetten in dit veld.
E. Vakbekwaamheid: De BT dient zijn vakbekwaamheid en kwaliteit van handelen op peil te houden en evt. te verbeteren. Daarnaast dient hij zorg te dragen voor een professionele praktijkvoering.

Bijlage 1:

Bowen filosofie:
De basis is het creëren van ontspanning en het lichaam van daar uit laten herinneren wat de natuurlijke balans is (homeostase).
Het lichaam zal altijd proberen deze natuurlijke balans te vinden en zo te herstellen. (Weefsel)spanningen of een blokkade kan deze natuurlijke balans tegenhouden. Door de ontspanning vermindert de blokkade en kan een natuurlijk herstel plaatsvinden.
Hoewel het moeilijk is te onderzoeken hoe de Bowen Therapie precies werkt, zijn er wel diverse onderzoeken die aantonen dát deze werkt.

Tom Bowen

Voor Tom Bowen zelf was het nooit interessant waarom zijn techniek zou werken. Het belangrijkste was dát het werkte en dat er geen beschadigende bijwerkingen waren.

Fascie
Het belangrijkste gebied waarop gewerkt wordt is de fascie. De fascie is het weefsel dat alle andere weefsels omgeeft: organen, botten, bloedvaten, spieren (ook de spierbundels en de spiervezels), zenuwen, lymfeknopen. Alle ruimtes in ons lichaam tussen weefsels of weefsellagen worden opgevuld door ons lichaam met fascieweefsel.

Ook de huid bestaat uit fascieweefsel.
De fascie is daarmee het grootste orgaan van ons lichaam en speelt een cruciale rol in het functioneren ervan. De nieuwste inzichten tonen aan dat zelfs bot uit fascieweefsel bestaat waarbinnen een deel is gecalcificeerd.

Zenuwstelsel
Een ander belangrijk systeem waar de Bowen Therapie invloed op uitoefent is het brein en het zenuwstelsel, waarbij het lijkt alsof door de Bowenbehandeling signalen beter worden doorgegeven.
Tijdens de rolbeweging wordt er lichte druk opgebouwd, sensorische zenuwen in de huid en de onderliggende laag pikken dit als een signaal op. Het volgende deel van de beweging heeft effect op andere zenuwen: de druk- en rekreceptoren (mechanoreceptoren), deze zijn belangrijk voor de informatievoorziening over de toestand van weefsels in het lichaam. Proprioceptie, waarbij veel mechanoreceptoren betrokken zijn, is een belangrijk onderdeel van het werkingsmechanisme van het zenuwstelsel. Tevens is proprioceptie een goed voorbeeld van de samenwerking tussen fascieweefsel en zenuwstelsel.
Tegelijkertijd zijn er effecten in het vegetatieve zenuwstelsel.

Bijlage 2:

Werking Bowen:

Met de Bowen Therapie werken we over het hele lichaam en daarmee op alle systemen (bewegingsapparaat, zenuwstelsel, ademhaling, circulatie, spijsvertering, lymfestelsel, immuunsysteem, hormoonstelsel, stofwisseling, etc.). Het is nu eenmaal onmogelijk om bij aanraking van het lichaam één of meer van deze systemen uit te sluiten. Dat maakt de Bowen Therapie bij uitstek een holistische behandelmethode.

De behandeling bestaat meestal uit een basisbehandeling die het gehele lichaam bereikt. Daarnaast gebruikt de Bowenbehandelaar verschillende zogenaamde procedures, welke een accent geven via een bepaalde regio of een bepaald systeem.
De behandelaar maakt steeds enkele zachte rolbewegingen ("moves") op specifieke plaatsen van het lichaam. Elke move duurt slechts enkele seconden. Via de fascie worden allerlei zenuwuiteinden (receptoren) geprikkeld.

Vervolgens neemt de behandelaar een pauze van enkele minuten. In deze pauze gaat het lichaam de impulsen verwerken en zal het tot actie overgaan. Feitelijk gebeurt het meeste daarmee in de pauze.
Om dit proces optimaal te laten verlopen verlaat de behandelaar tijdens deze pauze in de regel de behandelkamer.

Bij de uitvoering van de Bowen Therapie wordt niet gemasseerd, gemobiliseerd of gemanipuleerd.

Fascie
Fascieweefsel, het grootste deel van het bindweefsel, bevindt zich overal in ons lichaam en verbindt alles in het lichaam.
Fascie is er in veel verschillende vormen, van dichte compacte structuren en heel dun tot losmazig en enkele centimeters dik. Alle fascie is, in functionele patronen, door het hele lichaam heen met elkaar verbonden.
Door deze samenhang speelt dit weefsel een uiterst belangrijke rol in de informatievoorziening, het functioneren, de houding en de beweeglijkheid van ons lichaam. Een verstoring hierin heeft daarom invloed op het geheel.
Theorieën hierover worden beschreven door onder andere:
Thomas Myers - “Anatomy Trains” ,
Schultz & Feitis – “The Endless Web”,
Serge Paoletti – “Faszien”,
Robert Schleip – diverse onderzoeken en artikelen over de werking van de fascie,
Donald Ingber en Stephen Levin – die met name de theorieën over “biotensegrity” hebben onderzocht en uitgewerkt,
Mae-Wan Ho die veel onderzoek naar informatie-overdracht in fascieweefsel heeft gedaan,
John Sharkey en Gil Hedley die met hun dissectie-colleges de fasciale lagen van het lichaam blootleggen,
Helene Langevin, Dr. Peter Huijing, Dr. Andry Vleeming, Dr. Jaap van der Wal, Carla en Antonio Stecco en andere wetenschappers die enorm veel onderzoek naar de eigenschappen van fascieweefsel hebben gedaan.
Onderzoeken van de afgelopen vijftien jaar tonen aan dat het fasciale weefsel een functie heeft in ons lichaam vergelijkbaar met de werking van ons brein, minder complex en vooral snel.
Door de Bowen Therapie normaliseert de spanning in de fascie; dit is het meest merkbaar in het bewegingsapparaat, maar blijkt ook invloed te hebben op organen, het spijsverteringssysteem, het immuunsysteem, het ademhalingstelsel, het hormoonstelsel etc.
In en om al deze systemen bevindt zich fasciaal weefsel wat door het hele lichaam met elkaar verbonden is. Het biotensegrity-principe (verdeling van spanning in alle richtingen ondersteund door drukverdragende structuren) distribueert deze (ont)spanning verder in de diverse fasciale weefsels, waarmee het herstel op gang gebracht wordt.
Hierdoor kan het niet anders zijn dat werken op de fascie een effect heeft op alle functies van het gehele lichaam.
De fascie is voor te stellen als een groot net, of web, dat door het hele lichaam loopt. Dit web omsluit precies passend alle weefsel waar het mee in kontakt staat. Als er ergens een verstoring is zal de fascie daar - of mogelijk ook op een andere plek - gaan samentrekken en verstrakken. Dat is een natuurlijke beschermingsreactie van het lichaam. Meestal herstelt het lichaam dit spontaan en ontspant de fascie weer.
In fascieweefsel liggen o.a. zenuwuiteinden (receptoren) die gevoelig zijn voor druk en rek. Met name de interstitiële, de Ruffini- en Pacini-receptoren zijn de receptoren die na prikkeling als reactie een ontspanning van het fascieweefsel tot gevolg hebben (Schleip).
Het komt echter ook voor dat het lichaam maar gedeeltelijk herstelt en de fascie plaatselijk gespannen blijft. Daardoor blijven alle `mazen` van het net onder spanning staan en worden hierdoor zowel bloedcirculatie als zenuwen in bepaalde weefsels verstoord. Dat kan klachten opleveren bijvoorbeeld op plekken waar de fascie – nog steeds onder spanning dus - over gewrichten loopt, zoals bij veel RSI-klachten. Lokaal behandelen geeft dan wel wat vermindering van klachten maar neemt niet altijd de oorzaak weg.
Verder kan spanning op het fasciale weefsel problemen met het afvoeren van afvalstoffen geven. Nier- en darmfuncties kunnen hierdoor verstoord raken, wat klachten als hoofdpijn, vermoeidheid en problemen met de stoelgang tot gevolg kan hebben.
Ook stress en emotionele problemen hebben hun weerslag op de toestand van de fascie. Omgekeerd is het dan ook niet vreemd dat ontspanning van de fascie op zijn beurt invloed heeft op stress-beleving en emoties.
Spanning op het fasciale weefsel in het ademhalingsgebied kan benauwdheidsklachten veroorzaken, denk hierbij aan hooikoorts-verschijnselen, astmatische problemen.